Vrijdag 11 mei. De prijs voor een overnachting op deze camping is fors te noemen. Ik permitteer me dan ook om voor vertrek de bus een wasbeurt te geven.
Zo dat ziet er weer netjes uit. Alleen die grote ster in het midden van de voorruit trekt steeds de aandacht. Hij scheurt niet verder en dat is een geluk. Dat hebben we te danken aan een road train van Hamilton, een mijn bedrijf, die langs kwam. Bats, een klap en ja hoor. Dat wordt rekening man zoals ze in het leger zeggen.
Onze bus heeft geen cruise controle en op die honderden kilometers lange trajecten krijg je een zere hak van het steeds in dezelfde houding zitten. Ik heb daar wat op gevonden en wij noemen het gekscherend “Australische cruise controle”. Vanaf het begin heb ik een tak die ik gebruik om de bush mee in te gaan. Deze heeft toevallig de juiste lengte om hem tussen het gaspedaal en het stuur te klemmen. Precies 100 km/uur. Probleem opgelost.
Ongeveer 20 km buiten Exmouth naderen we het nationale park. Op een bord staat dat alle plaatsen bezet zijn maar dat geloven wij niet zo dus besluiten we door te rijden en de gok te wagen. Na zo’n 50 km komen we bij de rangerspost aan. Peter heet de ranger. Hij heeft nog een plek beschikbaar op nr. 9 bij Yardi Creek zo’n 50 km verderop. Hij vraagt of dat een bezwaar is. Nee dus. Het is toch niet voorstelbaar in Nederland dat je een plaatsje bespreekt 50 km verderop. Bij Yardi Creek is een onverharde doorsteek naar Coral Bay. Als ik Peter vraag of wij daar door kunnen, kijkt hij smalend naar onze bus en zegt “No way”.
Op weg naar ons plaatsje zie we een fors uit de kluiten gewassen leguaan of varaan de weg oversteken op zijn gemakje. Marian probeert vlug de camera te pakken maar het dier heeft ons al in de gaten en smeert hem de bosjes in. Toch mooi om zo’n dier in het wild te zien. Niet veel verder moet ik op de rem in een bocht want er steekt een koppel emoes over. Een stuk of vijf. Ze hebben geen haast en dit keer is Marian op tijd om een paar kiekjes van ze te maken.
Wanneer we bij Yardi Creek aankomen, worden we verrast door de ruime plaatsen en de geordendheid. Schitterende plek, maar wel zonder bomen, dus is het zaak dat we de bus zodanig parkeren dat we in de schaduw ervan kunnen zitten. Het zonnescherm dat ik aan de bus bevestig helpt een stuk.
We zijn er al vroeg en hebben de rest van de dag voor ons om van de omgeving te genieten. Aan de ene kant de zee met het Ningaloo Reef en aan de andere kant zicht op de ruige bergen van het park. Marian wil niet levend verbranden en dus neem ik alleen even een duik in zee. Wat een fijn strand.
Het rif ligt toch al gauw zo’n 500 meter verderop. We zien de golven in wit schuim erop stuk slaan. Te ver om er naartoe te zwemmen in mijn eentje.
Laat in de middag zitten we buiten aan ons tafeltje wat te lezen als we plotseling vanuit onze ooghoeken iets zien bewegen. We hadden hem niet horen of zien aankomen. Het is een uit de kluiten gewassen roodkleurige kangoeroe. Hij staat rechtop. Hij kijkt ons aan. Als we bewegen om de camera’s te pakken neemt hij een paar flinke sprongen en schiet achter een bosje maar het lukt ons toch om hem op de gevoelige plaat vast te leggen. We maken ook een paar opnamen van heel tamme duifjes die onder je stoel doorlopen en bijna zijn aan te raken.
’s Avonds maken we een wandeling door het gebied en lopen naar de “gorge”. Erg hard stroomt het water niet meer nu de droge tijd is aangebroken. De verbinding met de zee is drooggevallen.
.-.-.-.-.-
Friday, May 11th. The price for staying one night here is to high for what it has to offer. So I allow myself to wash the bus before we leave. Wow the van looks good again. The only thing is the big star in the middle of the windshield that draws our attention al the time.Thanks to a Hamilton Mining road train that passed us. A big “Bang” and bingo.
Another thing is that our bus has no cruise controle. The solution is a branch from a tree that I used when bush walking since we started our tour. It fits exactly between the throttle and the steering wheel. Problem solved, no more stiff leg. We call it “Australian cruise controle”.
About 20 km’s outside Exmouth we see a sign which tells us that the NP is fully booked. We decide to keep on going till we eventually get to the rangers post. Peter, the ranger, tells us that we are lucky. Place number 9 at Yardi Creek is available but it is another 50 km’s into the park. No problem we say, so we take it. We know there is a passage at the end of the park to Coral Bay. When we ask him if we can use the track to get there in order not drive back the way we came he smiles and says “No way”.
On our way to Yardi Creek we see a quit big iguana crossing the road very slowely. Marian grabs the camera but before she is able to shoot a picture the animal has spotted us and sprints to the bushes and disappears.
Not much further we have to hit the breaks in a curve. A couple of emus cross the road. This Marian is in time to make some photo’s.
After 50 km’s we arrive at our destination quit early. We have a nice site but there are no trees to take shelter.
We park the bus in a way that we have shade from it. The awning helps a bit to. The campground is well maintained and organized. The view is great with on one hand the dunes and Ningaloo Reef and on the other hand the rough ranges from the park.
Late afternoon we sit outside reading when we see something move from aside. It’s a big kangaroo. We didn’t see or hear him coming. He looks at us. Marian wants to make a picture of the animal sitting straight up but he takes off and hides between the bushes. Got a few pictures though. There are also these little pigeons, very tame. They walk under out chairs and we can almost touch them.
Just before it gets dark we have a walk to the gorge. There is not much water coming down. The connection between the gorge, creek and the sea has dried up.
.-.-.-.-.-
maandag 14 mei 2012
zondag 13 mei 2012
Wakker worden met "budgies" en aankomst in Exmouth.
Donderdag 10 mei. Om 07.30 uur zijn we op. Terwijl Marian zich al eerste opfrist bij het wasbakje in de camper, sta ik buiten nog wat wakker te worden. Boven de rivier zie ik plotseling een hele grote groep vogeltjes. Zoals spreeuwen ook wel eens doen, vormen ze een hele wolk. Ze vliegen met een enorme snelheid van links naar rechts over de rivier en van boven naar beneden scheren ze over de bomen terwijl er een flinke ruis hoorbaar is van alle vleugeltjes. Ik pak gauw mijn filmcamera en haast me naar de rivier. Er staat nog iemand te fotograferen. Hij zegt dat het budgies zijn, een soort parkiet maar toch anders. Ze hebben een mooie groene kleur. Het lukt me om de capriolen van de beestjes vast te leggen.
Wat een mooi begin van de dag.
Wanneer we ons ontbijtje op hebben gaan we als bijna de laatste rond 09.00 uur op weg. Het is weer erg warm vandaag. Na drie uur rijden stoppen we op een saaie parkeerplaats om even te eten. Het is er vlak en er is geen boom te bekennen om onder te schuilen voor de zon. Het is zo warm dat het brood onder je handen uitdroogt. Niet te geloven.
Omdat er verder weinig te zien is onderweg, rijden we meteen door naar Exmouth. Onze belangstelling gaat uit naar het Ningaloo Reef en het Cape Range National Park. Bij het bezoekerscentrum in Exmouth proberen we een plekje in het nationale park te krijgen. Helaas is het vol geboekt. Het schijnt dus een erg populaire plek te zijn. De juffrouw achter de balie adviseert ons om er ’s morgens vroeg naar toe te rijden omdat er ook altijd mensen vertrekken. Er is een rangers post waar we ons kunnen melden.
We gaan overnachten bij een Big4 camping. Na een douche gaan we ’s avonds door het plaatsje wandelen. Exmouth is best een hele leuke plaats. Het is volop in beweging gezien de vele bouwactiviteiten.
Bij een pub duiken we naar binnen en nemen ieder een heerlijke koude Chardonnay.
.-.-.-.-.-
Thursday, May 10th we come to live at 7.30 AM. While Marian freshens up I stay outside yawning. Suddenly I aware a few hundred little birds flying up and down over the river. With my camera I hurry to the river where a young guy tells me that these are budgies. He has never seen so many. The birds are green coloured. They fly fast and race over and between the trees. What a nice way to start a new day.
Almost as one of the last we leave at 9 AM.
After driving for three hours we have a break on a parking place and eat some bread. It’s so hot that the bread almost turns into toast while eating. It’s a boring place. It’s hot and there are no trees for shelter.
We want to go to Exmouth because we are curious about the Ningaloo Reef and the Cape Range National Park that starts at Exmouth and ends near Coral ay more south.
When we get there we go to the visitors centre and ask if we can camp in the NP. No the lady says, it’s fully booked. Best thing is to go there early in the morning because there are always people leaving, she says. We have to inform the ranger near the entrance to the NP.
This night we will stay on a Big4 caravan park.
After a shower we have a walk through this place and end up in a pub where we have a nice cold Chardonnay. Exmouth is really a nice place to be. It is expending rapidly as we see a lot of building activities.
.-.-.-.-.-
Wat een mooi begin van de dag.
Wanneer we ons ontbijtje op hebben gaan we als bijna de laatste rond 09.00 uur op weg. Het is weer erg warm vandaag. Na drie uur rijden stoppen we op een saaie parkeerplaats om even te eten. Het is er vlak en er is geen boom te bekennen om onder te schuilen voor de zon. Het is zo warm dat het brood onder je handen uitdroogt. Niet te geloven.
Omdat er verder weinig te zien is onderweg, rijden we meteen door naar Exmouth. Onze belangstelling gaat uit naar het Ningaloo Reef en het Cape Range National Park. Bij het bezoekerscentrum in Exmouth proberen we een plekje in het nationale park te krijgen. Helaas is het vol geboekt. Het schijnt dus een erg populaire plek te zijn. De juffrouw achter de balie adviseert ons om er ’s morgens vroeg naar toe te rijden omdat er ook altijd mensen vertrekken. Er is een rangers post waar we ons kunnen melden.
We gaan overnachten bij een Big4 camping. Na een douche gaan we ’s avonds door het plaatsje wandelen. Exmouth is best een hele leuke plaats. Het is volop in beweging gezien de vele bouwactiviteiten.
Bij een pub duiken we naar binnen en nemen ieder een heerlijke koude Chardonnay.
.-.-.-.-.-
Thursday, May 10th we come to live at 7.30 AM. While Marian freshens up I stay outside yawning. Suddenly I aware a few hundred little birds flying up and down over the river. With my camera I hurry to the river where a young guy tells me that these are budgies. He has never seen so many. The birds are green coloured. They fly fast and race over and between the trees. What a nice way to start a new day.
Almost as one of the last we leave at 9 AM.
After driving for three hours we have a break on a parking place and eat some bread. It’s so hot that the bread almost turns into toast while eating. It’s a boring place. It’s hot and there are no trees for shelter.
We want to go to Exmouth because we are curious about the Ningaloo Reef and the Cape Range National Park that starts at Exmouth and ends near Coral ay more south.
When we get there we go to the visitors centre and ask if we can camp in the NP. No the lady says, it’s fully booked. Best thing is to go there early in the morning because there are always people leaving, she says. We have to inform the ranger near the entrance to the NP.
This night we will stay on a Big4 caravan park.
After a shower we have a walk through this place and end up in a pub where we have a nice cold Chardonnay. Exmouth is really a nice place to be. It is expending rapidly as we see a lot of building activities.
.-.-.-.-.-
Pilbara gebergte en verder niet zoveel.
Woensdag, 9 mei. Na een onderbroken nacht (vanwege een weeïge benzinelucht van de jerrycan vanonder de bank) waren we alweer vroeg op. Een douche doet dan wonderen en al snel zaten we aan ons ontbijtje. We gaan naar Dampier omdat we daar leuke berichten over gehoord hebben en het ook niet zo heel ver rijden is. Twintig kilometer voor Dampier komen we door een vrij grote plaats, Karratha. Daar doen we onze gebruikelijke boodschappen, aardappel,sla, stukje vlees, melk enz. Dan rijden we naar Dampier. Het is een klein plaatsje aan de kust, gesticht in de jaren zestig door de Pilbara ijzermijnen Company. De zee is er, zoals bijna overal aan de westkust, azuur blauw. Wanneer we door het plaatsje zijn gereden besluiten we door te rijden. Op zich is het een leuk plaatsje maar verder is er weinig bijzonders aan. De lucht is ook niet helemaal zuiver omdat er affakkel vlammen branden in de buurt van iets dat op olie of gaswinning duidt. Liever gaan we naar het Ningaloo reef en Cape Range National Park een stukje zuidelijker gelegen. Langs de highway stoppen we om een broodje te maken en komen beide tot de conclusie dat de westkust hier veel van niets heeft zoals de Australiër bij de boabboom ons vertelde. Hij noemde het “A lot of nothing”. Het Pilbara gebergte is zeker bijzonder met zijn rode en gelige kleurschakeringen maar na twee dagen daar doorheen rijden en wat plaatsjes langs de kust te hebben bezocht, is het wel genoeg.
Bij Fortescue River Roadhouse drinken we wat en besluiten we nog een klein stukje te rijden en dan te overnachten op Robe River rest area. Half vier zijn we daar en al snel hebben we een plekje in de schaduw gevonden met uitzicht op de rivier. Er staan al een paar jeeps en caravans. Zoals gewoonlijk komen er later in de middag de kleine busjes met backpackers bij.
Even lekker ontspannen, een praatje met de buren en dan wordt er een heerlijk verse maaltijd gemaakt. Wanneer de duisternis invalt spelen we nog een potje Yahtzee en duiken dan bijtijds ons nestje in.
.-.-.-.-.-
Wednesday, May 9th we wake up after a bit of a restless night. There is this strange kind of fuel odour coming from the jerry can. We thought we had killed that problem but once again it occurs. So not much later we have a refreshing shower and a nice breakfast.
We want to got to Dampier today.
At Karratha we go to a shopping centre and buy the necessities to survive. Nice opportunity to update the blog as well.
Dampier is a small place on the coast that was established by the Pilbara Iron Company. It has a harbour. Nothing special to stay much longer.
We have another option and that is Ningaloo Reef and Cape Range NP. On the highway we have a lunch stop and we both come to the conclusion that what the Australian man we met under the boab tree is right when he said that the north west part of WA has a lot of nothing. All scrub land. The At the Fortescue Roadhouse we stop for a while and have a cold orange juice. We drive a little further and stop for the night at the Robe River rest area. We find a nice spot under a tree in the shade with a view on the river. There are already some jeeps and caravans. We have a talk with a young couple who park beside us,
We cook a fresh made dinner and enjoy it. When it starts getting dark we play a game of Yahtzee and go to bed in time.
.-.-.-.-
Bij Fortescue River Roadhouse drinken we wat en besluiten we nog een klein stukje te rijden en dan te overnachten op Robe River rest area. Half vier zijn we daar en al snel hebben we een plekje in de schaduw gevonden met uitzicht op de rivier. Er staan al een paar jeeps en caravans. Zoals gewoonlijk komen er later in de middag de kleine busjes met backpackers bij.
Even lekker ontspannen, een praatje met de buren en dan wordt er een heerlijk verse maaltijd gemaakt. Wanneer de duisternis invalt spelen we nog een potje Yahtzee en duiken dan bijtijds ons nestje in.
.-.-.-.-.-
Wednesday, May 9th we wake up after a bit of a restless night. There is this strange kind of fuel odour coming from the jerry can. We thought we had killed that problem but once again it occurs. So not much later we have a refreshing shower and a nice breakfast.
We want to got to Dampier today.
At Karratha we go to a shopping centre and buy the necessities to survive. Nice opportunity to update the blog as well.
Dampier is a small place on the coast that was established by the Pilbara Iron Company. It has a harbour. Nothing special to stay much longer.
We have another option and that is Ningaloo Reef and Cape Range NP. On the highway we have a lunch stop and we both come to the conclusion that what the Australian man we met under the boab tree is right when he said that the north west part of WA has a lot of nothing. All scrub land. The At the Fortescue Roadhouse we stop for a while and have a cold orange juice. We drive a little further and stop for the night at the Robe River rest area. We find a nice spot under a tree in the shade with a view on the river. There are already some jeeps and caravans. We have a talk with a young couple who park beside us,
We cook a fresh made dinner and enjoy it. When it starts getting dark we play a game of Yahtzee and go to bed in time.
.-.-.-.-
Point Samson.
Dinsdag 8 mei. Tijdens het ontbijt zien we vlak bij ons twee zeearenden op de thermiek steeds hoger gaan. Wat een prachtig gezicht.
Een halfuur later vertrekken we uit Port Hedland.
Op aanraden van iemand die we spreken, rijden we naar Point Samson. Cove Caravan Park zou een leuke camping zijn.
Onderweg er naartoe zien we langs de hoofdweg parkeerplaatsen waar het er verre van netjes uitziet. Overvolle vuilnisbakken en op de grond veel rommel. In deze staat kunnen ze over het algemeen nog wat leren van New South Wales en de Northern Territorys waar mooie en goed onderhouden rustplaatsen zijn inclusief toilet.
Vlak voor Point Samson rijden we over een brug. Het is kennelijk vloed want we zien zeewater met kolkende kracht onder de brug doorstromen. Op een dorre tak van een boom boven het water zien we derde zeearend van vandaag zitten. Marian maakt foto’s en ik film er lustig op los.
Over Cove Caravan Park kunnen we na een avond en nacht kort zijn. Het is netjes en met redelijk mooie plaatsen en doucheblok maar te dicht op elkaar en met teveel seizoenplaatsen met hele families inclusief TV buiten. Niks voor ons. Te rumoerig.
De zee en strandje met veel ruige rotsen is mooi. Met een buurman gooi ik een hengeltje uit. Zowel hij als ik raken vast op de stenen en verliezen een lijntje. Dan maar even zwemmen, ook leuk.
“s Avonds lopen Marian en ik nog een rondje door de buurt. Het is een stukje koeler, heerlijk.
Wat ons opvalt is dat hoe klein dergelijke plaatsen ook zijn, er altijd goed onderhouden speelfaciliteiten voor kinderen zijn.
.-.-.-.-.-.
Tuesday, May 8th. At breakfast we spot two sea eagles nearby. The thermal winds make them go higher and higher. Awesome.
Half an hour later we leave Port Hedland. We are going to Point Samson. It should be nice there with a good camping called Cove Caravan Park.
On our way we see a lot of parking places that are dirty and not clean. The bins are full and a lot of rubbish lies on the ground. What’s going on here. Never seen this before.
Just before Point Samson we pass a bridge. The sea water flows with great strength underneath it. On a dead branch of a tree we spot the third sea eagle today. Marian makes a few pictures while I film the beautiful bird.
About the camping we can say that it is nothing special. To many seasonal places and some with big families where we are standing near by of course. To noisy with TV under the awning. No thanks.
With another neighbour I go fishing. He and I lose a line on the rocks. Instead of fishing we go swimming. Marian is reading a book.
When it starts to get a bit cooler Marian and I have a walk through the little village. How small these places may be, there are always well maintained playgrounds for children.
.-.-.-.-.-
Een halfuur later vertrekken we uit Port Hedland.
Op aanraden van iemand die we spreken, rijden we naar Point Samson. Cove Caravan Park zou een leuke camping zijn.
Onderweg er naartoe zien we langs de hoofdweg parkeerplaatsen waar het er verre van netjes uitziet. Overvolle vuilnisbakken en op de grond veel rommel. In deze staat kunnen ze over het algemeen nog wat leren van New South Wales en de Northern Territorys waar mooie en goed onderhouden rustplaatsen zijn inclusief toilet.
Vlak voor Point Samson rijden we over een brug. Het is kennelijk vloed want we zien zeewater met kolkende kracht onder de brug doorstromen. Op een dorre tak van een boom boven het water zien we derde zeearend van vandaag zitten. Marian maakt foto’s en ik film er lustig op los.
Over Cove Caravan Park kunnen we na een avond en nacht kort zijn. Het is netjes en met redelijk mooie plaatsen en doucheblok maar te dicht op elkaar en met teveel seizoenplaatsen met hele families inclusief TV buiten. Niks voor ons. Te rumoerig.
De zee en strandje met veel ruige rotsen is mooi. Met een buurman gooi ik een hengeltje uit. Zowel hij als ik raken vast op de stenen en verliezen een lijntje. Dan maar even zwemmen, ook leuk.
“s Avonds lopen Marian en ik nog een rondje door de buurt. Het is een stukje koeler, heerlijk.
Wat ons opvalt is dat hoe klein dergelijke plaatsen ook zijn, er altijd goed onderhouden speelfaciliteiten voor kinderen zijn.
.-.-.-.-.-.
Tuesday, May 8th. At breakfast we spot two sea eagles nearby. The thermal winds make them go higher and higher. Awesome.
Half an hour later we leave Port Hedland. We are going to Point Samson. It should be nice there with a good camping called Cove Caravan Park.
On our way we see a lot of parking places that are dirty and not clean. The bins are full and a lot of rubbish lies on the ground. What’s going on here. Never seen this before.
Just before Point Samson we pass a bridge. The sea water flows with great strength underneath it. On a dead branch of a tree we spot the third sea eagle today. Marian makes a few pictures while I film the beautiful bird.
About the camping we can say that it is nothing special. To many seasonal places and some with big families where we are standing near by of course. To noisy with TV under the awning. No thanks.
With another neighbour I go fishing. He and I lose a line on the rocks. Instead of fishing we go swimming. Marian is reading a book.
When it starts to get a bit cooler Marian and I have a walk through the little village. How small these places may be, there are always well maintained playgrounds for children.
.-.-.-.-.-
donderdag 10 mei 2012
Stairway to the moon.
Maandag 7 mei gaan we naar het bezoekerscentrum in de stad. We halen er de nodige informatie op.
We rijden naar een vlakbij gelegen outlook langs zee waar volgens de juffrouw van het centrum zeeschildpadden gezien zouden kunnen worden. Volgens de aanwezige borden blijkt echter dat ze er in deze tijd van het jaar niet zijn. Als ze komen in een bepaalde periode dan is het om eieren te leggen. Jammer, volgende keer beter.
Als tweede bezienswaardigheid gaan we naar de Redbank Bridge. Dit is een brug over de spoorlijn van de Billiton Maatschappij en tevens een plaats om foto’s te kunnen nemen van de enorme lange treinen met ijzererts. We hebben geluk want er komt er net één aan. Marian staat boven op de brug foto’s te maken en ik sta langs het spoor te filmen. De machinist ziet Marian staan en geeft een paar flinke hijsen op de enorme luchthorens van de trein.
Na de lunch gaat Marian, vlakbij de camping, even de vloed fotograferen op de plek waar die avond de maan laag vanachter de horizon zal verschijnen over de lage eb lijn. Dat geeft een lichteffect alsof er een ladder naar de maan leidt. ’s Avonds rond 18.45 uur zijn we getuige van dat effect en met ons tientallen andere mensen. Schitterend. Iedereen is enthousiast. Marian heeft geslaagde foto’s ervan genomen en ik heb geprobeerd e.e.a. te filmen.
.-.-.-.-.-
Monday, May 7th we go to the visitor centre to get some information of the city and things to see. One lookout that might give us a few on sea turtles says that they are not here in this time of the year. Bad luck. So we go to “Red bank Bridge”. A bridge over the Billiton railway which has a nice spot to make pictures of the extremely long train loaded with iron ore. We are lucky as one just arrives when we get there. Marian shoots some pictures while I am filming. The driver spots Marian and gives a few yanks the air horns on the train.
At 6.45 PM we go to beach nearby the camping ground and have a look at the so called “Stairway to the moon” as described earlier. It’s wonderful to see it al happen. We are not the only ones there of course. Everybody is so exited about this miracle of nature.
.-.-.-.-.-
We rijden naar een vlakbij gelegen outlook langs zee waar volgens de juffrouw van het centrum zeeschildpadden gezien zouden kunnen worden. Volgens de aanwezige borden blijkt echter dat ze er in deze tijd van het jaar niet zijn. Als ze komen in een bepaalde periode dan is het om eieren te leggen. Jammer, volgende keer beter.
Als tweede bezienswaardigheid gaan we naar de Redbank Bridge. Dit is een brug over de spoorlijn van de Billiton Maatschappij en tevens een plaats om foto’s te kunnen nemen van de enorme lange treinen met ijzererts. We hebben geluk want er komt er net één aan. Marian staat boven op de brug foto’s te maken en ik sta langs het spoor te filmen. De machinist ziet Marian staan en geeft een paar flinke hijsen op de enorme luchthorens van de trein.
Na de lunch gaat Marian, vlakbij de camping, even de vloed fotograferen op de plek waar die avond de maan laag vanachter de horizon zal verschijnen over de lage eb lijn. Dat geeft een lichteffect alsof er een ladder naar de maan leidt. ’s Avonds rond 18.45 uur zijn we getuige van dat effect en met ons tientallen andere mensen. Schitterend. Iedereen is enthousiast. Marian heeft geslaagde foto’s ervan genomen en ik heb geprobeerd e.e.a. te filmen.
.-.-.-.-.-
Monday, May 7th we go to the visitor centre to get some information of the city and things to see. One lookout that might give us a few on sea turtles says that they are not here in this time of the year. Bad luck. So we go to “Red bank Bridge”. A bridge over the Billiton railway which has a nice spot to make pictures of the extremely long train loaded with iron ore. We are lucky as one just arrives when we get there. Marian shoots some pictures while I am filming. The driver spots Marian and gives a few yanks the air horns on the train.
At 6.45 PM we go to beach nearby the camping ground and have a look at the so called “Stairway to the moon” as described earlier. It’s wonderful to see it al happen. We are not the only ones there of course. Everybody is so exited about this miracle of nature.
.-.-.-.-.-
maandag 7 mei 2012
Port Hedland
Op zondag 6 mei om 08.30 uur vertrekken we van Cape Keraudren. We rijden bij de beheerders langs en melden het incident met de buurman. Ze moeten er om lachen. We praten nog even over wat andere dingen en vertrekken dan. Ze wensen ons nog veel plezier.
Op naar Port Headland. Onderweg is er niet veel bijzonders te zien dan het gebruikelijke. Bij Pardoo Roadhouse tanken we 25 liter. Genoeg om Port Hedland te bereiken waar de benzine vast en zeker een stuk goedkoper is.
Dit is een heel belangrijke havenplaats voor Australië. Het drijft op ijzererts dat een heel eind verderop gewonnen wordt. Hier zwaait Billiton de scepter. Het bedrijf zorgt voor een enorme werkgelegenheid. Billiton heeft een eigen spoor dat honderden kilometers lang is. Het ijzererts wordt soms met 760 wagons tegelijk door enorme sterke locomotieven naar de haven versleept. Zo’n trein kan wel zo’n 7,5 km lang zijn. Als we er aankomen rijdt er net zo’n trein langs. Indrukwekkend.
Omdat we vroeg aankomen gaan we eerst naar het bezoekerscentrum. Helaas is dat dicht op zondag. We rijden een stukje door de stad langs de haven en de mooi aangelegde parken. Op de rede liggen vele schepen te wachten. We rijden langs Woolwerth en doen wat boodschappen.
Rond 15.00 uur zoeken we een camping en komen uit bij een Big4 genaamd Cooke Point Holiday Park. Het ligt op een soort schiereiland met aan de ene kant de oceaan en aan de andere kant een getijdengebied met mangrove begroeiing. En ja, er wordt aangeraden om niet in zee te zwemmen omdat er krokodillen zijn gesignaleerd. Tjonge jonge, zijn het geen krokodillen, zijn het wel haaien. Zijn het geen haaien, zijn het wel kwallen. Er is vast een plekje waar geen van drieën zijn. Geen risico nemen zeggen ze hier, gebruik het zwembad.
Morgen is het zeer laagtij. Dat gebeurt eens in de zoveel tijd en dan kan je de zogenaamde “ Stairway to the moon” zien over de zee. Moet iets bijzonders zijn. We zullen het meemaken.
.-.-.-.-.-
At 8.30 AM on Sunday, May 6th we leave Cape Kelaudren. We tell the keepers of the area what happened the other day. They had a good laugh about it. They wish us good luck.
At the Pardoo Roadhouse we get us 25 litre fuel. More then enough to get us to Port Headland where we are heading for. It will be a lot cheaper there.
When we get to Port Hedland it is obvious that it is not only an important harbour but also a place in which the Billiton Company has a big say because of the iron ore mining. They own the longest private railroad of the world for transporting the ore from the mines to the harbour. Some trains can be 7,5 km’s long. When we arrive there one is just coming in. Impressing the huge and strong locomotives and all the wagons.
The visitors centre is closed on Sunday so we will go there on Monday. We have a look in the town and drive around. Looks great. We get our selves some groceries and start looking for a place to stay. We end up in a Big4 camping ground called Cooke Point Caravan park. It’s located on a peninsula. Tomorrow we will have look at what is called “Stairway to the moon”. A natural phenomena at 6.45 PM by extreme low tide conditions when the moon rises from behind the horizon.
.-.-.-.-.-
Op naar Port Headland. Onderweg is er niet veel bijzonders te zien dan het gebruikelijke. Bij Pardoo Roadhouse tanken we 25 liter. Genoeg om Port Hedland te bereiken waar de benzine vast en zeker een stuk goedkoper is.
Dit is een heel belangrijke havenplaats voor Australië. Het drijft op ijzererts dat een heel eind verderop gewonnen wordt. Hier zwaait Billiton de scepter. Het bedrijf zorgt voor een enorme werkgelegenheid. Billiton heeft een eigen spoor dat honderden kilometers lang is. Het ijzererts wordt soms met 760 wagons tegelijk door enorme sterke locomotieven naar de haven versleept. Zo’n trein kan wel zo’n 7,5 km lang zijn. Als we er aankomen rijdt er net zo’n trein langs. Indrukwekkend.
Omdat we vroeg aankomen gaan we eerst naar het bezoekerscentrum. Helaas is dat dicht op zondag. We rijden een stukje door de stad langs de haven en de mooi aangelegde parken. Op de rede liggen vele schepen te wachten. We rijden langs Woolwerth en doen wat boodschappen.
Rond 15.00 uur zoeken we een camping en komen uit bij een Big4 genaamd Cooke Point Holiday Park. Het ligt op een soort schiereiland met aan de ene kant de oceaan en aan de andere kant een getijdengebied met mangrove begroeiing. En ja, er wordt aangeraden om niet in zee te zwemmen omdat er krokodillen zijn gesignaleerd. Tjonge jonge, zijn het geen krokodillen, zijn het wel haaien. Zijn het geen haaien, zijn het wel kwallen. Er is vast een plekje waar geen van drieën zijn. Geen risico nemen zeggen ze hier, gebruik het zwembad.
Morgen is het zeer laagtij. Dat gebeurt eens in de zoveel tijd en dan kan je de zogenaamde “ Stairway to the moon” zien over de zee. Moet iets bijzonders zijn. We zullen het meemaken.
.-.-.-.-.-
At 8.30 AM on Sunday, May 6th we leave Cape Kelaudren. We tell the keepers of the area what happened the other day. They had a good laugh about it. They wish us good luck.
At the Pardoo Roadhouse we get us 25 litre fuel. More then enough to get us to Port Headland where we are heading for. It will be a lot cheaper there.
When we get to Port Hedland it is obvious that it is not only an important harbour but also a place in which the Billiton Company has a big say because of the iron ore mining. They own the longest private railroad of the world for transporting the ore from the mines to the harbour. Some trains can be 7,5 km’s long. When we arrive there one is just coming in. Impressing the huge and strong locomotives and all the wagons.
The visitors centre is closed on Sunday so we will go there on Monday. We have a look in the town and drive around. Looks great. We get our selves some groceries and start looking for a place to stay. We end up in a Big4 camping ground called Cooke Point Caravan park. It’s located on a peninsula. Tomorrow we will have look at what is called “Stairway to the moon”. A natural phenomena at 6.45 PM by extreme low tide conditions when the moon rises from behind the horizon.
.-.-.-.-.-
Cape Keraudren.
Zaterdag 5 mei vertrekken we van de prima camping in Broome. We hebben er vier nachten doorgebracht. Broome is een hele leuke plaats, dat kunnen we wel vast stellen. We vervolgen onze weg over de Great Northern Highway in zuidwestelijke richting. Na ongeveer 300 km komen we bij het Sandfire Roadhouse aan. We eten er een lekkere pastei van het huis gevuld vlees, groente en aardappel. Het is zodanig groot dat we geen warm eten meer hoeven.
Benzine tanken doen we er niet want het kost hier weer tegen de 2 dollar per liter. We kunnen nog 200 rijden. Het volgende roadhouse is op 150 km. Op de kaart zien we Cape Keraudren aan de kust liggen waarvan de weg er naartoe tegenover het roadhouse begint. Het is maar 13 km over een dirt road. Op een ton staat dat het gebied verboden is voor honden en een stuk tekst dat niet duidelijk maakt of je nu wel of niet met een 2 wiel aangedreven voertuig erop mag. Wij zijn brutaal en gaan er gewoon op.
We gaan er met een flinke gang overheen om niet de hoge wasbord ribbels en stenen te voelen. Achter ons werpen we een grote stofwolk op. “Eat my dust”, zeggen ze hier. Vanaf een afstand zien we een aantal elkaar geschroefde bouwketen met zonnepanelen. We moeten er betalen en krijgen dan toegang to het duinen gebied. Het zijn een man en zijn vrouw. Vriendelijk en geïnteresseerd zijn ze. We rijden nog een kilometer door en komen aan zee waar we de camper op een meter of 15 van een andere kampeerder parkeren. We zien alleen maar een aantal 4x4 auto’s in de buurt met caravans en vouwwagens dus ik denk dat we er in principe niet op mochten.
Het zeewater heeft zich ver terug getrokken en je kan wel 500 meter lopen voordat je bij water komt. Het is een ruige kustlijn met ruwe lavasteen op het strand en vlijmscherpe riffen. Marian zit in de schaduw van de camper en de luifel van de koelere zeewind te genieten terwijl ik mijn zwembroek aantrek en mijn waterschoenen aandoe. Ik moet even het strand verkennen. Wat leuk om te zien dat in de achtergebleven poelen vis zit. Niet grote maar de kleinere.
Als ik weer terugkom heeft de buurman het volume van zijn radio opgevoerd. We trekken ons er niets van aan totdat ze na een kwartier in hun jeep stappen en wegrijden. De muziek staat echt hard en we vragen ons af wat dit te betekenen heeft. Hebben we iets gedaan of juist niet? Is er wat anders aan de hand? Als ze terugkomen ontdekken ze dat de muziek uitstaat en is ons eerste conflict met een Australiër geboren. Marian denkt te weten waarom men zo deed. Vermoedelijk stonden we op een plaatsje dat voor een vriend of familie was bedoeld want ze hoorde de man smoezen met een ander dat “hij ze wel wegkreeg”. No way dude.
Rond 21.00 uur wordt het weer hoogtij. We horen de zee op het rif beuken en genieten met volle teugen. Het is helder weer en de maan verlicht de omgeving met die typische zachte, koele kleur.
.-.-.-.-.-
Saturday, May 5th we leave the good established caravanpark in Broome. We continue our journey over the Great Northern Hwy south west. After about 300 km we have a break at Sandfire Roadhouse. We have a delicious homemade Australian pie. We don’t fill up fuel. Again it’s almost 2 dollars per litre. We can get another 200 on the odometer while the next roadhouse is 150 km further so no worries.
On the map we see Cape Keraudren. Only 13 km dirtroad to the coast. Near the end of the road we have to pay for permission to enter the area. The man and women live there in a barrack kind of house with big solar panels on it. They are very kind and interested in our whereabouts.
We drive another kilometre and get to the dunes and campsites just on the edges of the coast. Beautiful. We park about 15 meters from a camper trailer and jeep. There are a few more 4x4 cars and caravans further away. I put out the awning. Maria is happy to feel the cooler sea breeze and starts reading a book. I put on my swimming trousers and water shoes and go to beach. It’s low tide. The lava rocks and sharp reefs are visible for hundreds of meters. There are bigger and smaller pools with small fish in them.
When I get back at the van Marian and I hear that the neighbour has popped up the volume of his stereo. Why we don’t know. We don’t care, it’s still early. That changes when they leave the premises with their 4x4 leaving the music very loud. Have we done something wrong or so? We wait 15 minutes but nothing changes. To keep it short, when they get back after another 15 minutes they hear no music anymore. The first, and lets hope last, clash with an Australian a-social person is a fact. Marian thinks she know why they did it. While I was away, she heard the man say to another bloke who came by that he would get us out of the way. Probably we stood on a place that was intended for family or friends. No way dude. Just ask!
At 9 PM the high tide comes again. It’s so cool to hear the waves smashing on the rocks and reef. Light’s out.
.-.-.-.-.-
Benzine tanken doen we er niet want het kost hier weer tegen de 2 dollar per liter. We kunnen nog 200 rijden. Het volgende roadhouse is op 150 km. Op de kaart zien we Cape Keraudren aan de kust liggen waarvan de weg er naartoe tegenover het roadhouse begint. Het is maar 13 km over een dirt road. Op een ton staat dat het gebied verboden is voor honden en een stuk tekst dat niet duidelijk maakt of je nu wel of niet met een 2 wiel aangedreven voertuig erop mag. Wij zijn brutaal en gaan er gewoon op.
We gaan er met een flinke gang overheen om niet de hoge wasbord ribbels en stenen te voelen. Achter ons werpen we een grote stofwolk op. “Eat my dust”, zeggen ze hier. Vanaf een afstand zien we een aantal elkaar geschroefde bouwketen met zonnepanelen. We moeten er betalen en krijgen dan toegang to het duinen gebied. Het zijn een man en zijn vrouw. Vriendelijk en geïnteresseerd zijn ze. We rijden nog een kilometer door en komen aan zee waar we de camper op een meter of 15 van een andere kampeerder parkeren. We zien alleen maar een aantal 4x4 auto’s in de buurt met caravans en vouwwagens dus ik denk dat we er in principe niet op mochten.
Het zeewater heeft zich ver terug getrokken en je kan wel 500 meter lopen voordat je bij water komt. Het is een ruige kustlijn met ruwe lavasteen op het strand en vlijmscherpe riffen. Marian zit in de schaduw van de camper en de luifel van de koelere zeewind te genieten terwijl ik mijn zwembroek aantrek en mijn waterschoenen aandoe. Ik moet even het strand verkennen. Wat leuk om te zien dat in de achtergebleven poelen vis zit. Niet grote maar de kleinere.
Als ik weer terugkom heeft de buurman het volume van zijn radio opgevoerd. We trekken ons er niets van aan totdat ze na een kwartier in hun jeep stappen en wegrijden. De muziek staat echt hard en we vragen ons af wat dit te betekenen heeft. Hebben we iets gedaan of juist niet? Is er wat anders aan de hand? Als ze terugkomen ontdekken ze dat de muziek uitstaat en is ons eerste conflict met een Australiër geboren. Marian denkt te weten waarom men zo deed. Vermoedelijk stonden we op een plaatsje dat voor een vriend of familie was bedoeld want ze hoorde de man smoezen met een ander dat “hij ze wel wegkreeg”. No way dude.
Rond 21.00 uur wordt het weer hoogtij. We horen de zee op het rif beuken en genieten met volle teugen. Het is helder weer en de maan verlicht de omgeving met die typische zachte, koele kleur.
.-.-.-.-.-
Saturday, May 5th we leave the good established caravanpark in Broome. We continue our journey over the Great Northern Hwy south west. After about 300 km we have a break at Sandfire Roadhouse. We have a delicious homemade Australian pie. We don’t fill up fuel. Again it’s almost 2 dollars per litre. We can get another 200 on the odometer while the next roadhouse is 150 km further so no worries.
On the map we see Cape Keraudren. Only 13 km dirtroad to the coast. Near the end of the road we have to pay for permission to enter the area. The man and women live there in a barrack kind of house with big solar panels on it. They are very kind and interested in our whereabouts.
We drive another kilometre and get to the dunes and campsites just on the edges of the coast. Beautiful. We park about 15 meters from a camper trailer and jeep. There are a few more 4x4 cars and caravans further away. I put out the awning. Maria is happy to feel the cooler sea breeze and starts reading a book. I put on my swimming trousers and water shoes and go to beach. It’s low tide. The lava rocks and sharp reefs are visible for hundreds of meters. There are bigger and smaller pools with small fish in them.
When I get back at the van Marian and I hear that the neighbour has popped up the volume of his stereo. Why we don’t know. We don’t care, it’s still early. That changes when they leave the premises with their 4x4 leaving the music very loud. Have we done something wrong or so? We wait 15 minutes but nothing changes. To keep it short, when they get back after another 15 minutes they hear no music anymore. The first, and lets hope last, clash with an Australian a-social person is a fact. Marian thinks she know why they did it. While I was away, she heard the man say to another bloke who came by that he would get us out of the way. Probably we stood on a place that was intended for family or friends. No way dude. Just ask!
At 9 PM the high tide comes again. It’s so cool to hear the waves smashing on the rocks and reef. Light’s out.
.-.-.-.-.-
Abonneren op:
Posts (Atom)